Lieverd

Bril lieverd

Het is zaterdagmiddag en ik ben aan het werk. Het is vrij druk. Mijn volgende klant is een oudere dame. Ze is klein en grijs en is een jaar of zeventig. Ik vraag wat ik voor haar kan doen.
“Lieverd,” zegt ze, “mijn bril zit veel te strak. Ik ben bij een andere opticien geweest omdat hij te los zat, maar nu doet het zeer.”
Ik moet glimlachen om het ‘lieverd’ en bekijk de situatie achter haar oren. “Nou, hij zit inderdaad niet zo goed.” Dat is nog zacht uitgedrukt. De bril zit werkelijk voor geen meter. “Ik ga hem voor u bijstellen,” zeg ik, en ik loop naar de werkbank.
“Is het goed als ik even ga zitten?” hoor ik achter me. “Ik heb wat last van mijn rug.”
“Natuurlijk! Geen probleem.”
Ze schuifelt naar een stoel toe.
Ondertussen ben ik de bril aan het verstellen.
“Meid, wat heb jij een lange benen,” zegt ze opeens. Lees verder

Advertenties

Leeftijd maakt niks uit

Supermarkt

Zaterdagmiddag na je werk om 5 uur bij de Aldi. Dat is echt niet leuk, dat kan ik je wel vertellen. Ik wil alleen een paar dingetjes halen voor het weekend, maar de rijen zijn wel erg lang. Naja, ik heb mijn boodschappen nu toch al in mijn armen, dan kan ik net zo goed maar aansluiten in de rij.
Voor mij staan een meneer en een mevrouw met een kar vol spullen. Bier, ander drinken, eten. Ze gaan vast barbecuen. Net zoals half Nederland denk ik, aangezien het flink warm is.
De man is fors en heeft een kop met grijs haar. Gekleed in korte broek en shirt. De vrouw heeft lang bruin haar en lijkt wat jonger. Zo te zien is het een stel.
De man krijgt mij in het oog. “O, ga jij ook maar voor hoor.” Blijkbaar heeft hij net ook al iemand voor gelaten.
“Weet u het zeker?” vraag ik.
“Ja hoor, je hebt niet zo veel. En wij hebben geen haast.”
“Hartstikke bedankt!” zeg ik met een extra grote glimlach, om te laten zien dat ik het gebaar echt op prijs stel.
“Ja. Vrouwen laat ik wel voor hoor,” zegt hij met een grote lach. Lees verder

Zomaar een gesprek op een bankje

Een leuk gesprekje met een vreemdeling

Ik zit op een bankje in de winkelstraat. Tasjes met gedane boodschappen tussen mijn voeten. De zon schijnt heerlijk op mijn blote benen. Eindelijk is het dan zo ver. Zomer. Ik heb mijn telefoon in de hand en ben een bericht aan het sturen naar mijn moeder en zus. Naast het bankje staat een meneer. Hij maakt aanstalten om ook te gaan zitten. Ik schuif een stukje op om ruimte te maken.
“Wel een beetje brutaal hè, om er zo bij te komen zitten,” zegt hij. Hij gaat op het hoekje zitten.
“Nee hoor,” zeg ik. “Geen probleem.” Ik richt me weer op mijn telefoon.
“Heerlijk hè, zo in de zon,” zeg ik dan. Normaal ben ik niet zo kletserig met vreemden, maar ach, waarom niet eens een praatje maken.
“Ja, inderdaad,” zegt de man. “Daarom zijn we vandaag gegaan, mijn vrouw en ik, want morgen wordt het nog warmer.”
Ik knik. “Verstandige keus.”
“We hebben onze kleindochter mee. Ze is vandaag voor het eerst met de trein en de bus geweest. Dus dat was nogal een heisa.”
“Oh ja, dat is dan spannend natuurlijk.” Ik neem aan dat zijn vrouw en kleindochter ergens in een winkel zijn.
“En volgende week komt de tweeling,” zegt de man. “Ze zijn 3 jaar.”
“O, daar heb je de handen dan ook wel vol aan,” zeg ik.
“Ja.”
Het is weer even stil.
Dan knikt hij naar de telefoon die ik nog steeds in mijn hand heb. “Een beetje een brutale vraag misschien, maar wat doen jullie nou de hele dag met die telefoon? Mijn vrouw is 70 en die gebruikt het ook hoor. Maar wat ben je nou aan het doen?”
Lees verder

Dat vreemde moment dat je opeens iemand van vroeger tegenkomt

Het is koopavond en ik ben in m’n eentje aan het werk. Er komt een klant binnen voor een klein probleempje met zijn bril. Terwijl ik hem help, komen er nog twee mensen binnen. Ik kijk vluchtig hun kant op om ze te groeten. Ik draai mijn hoofd weer terug en opeens dringt het tot me door dat ik een van de twee nieuwe klanten ken. Ik kijk weer hun kant op. Ze kijkt ook naar mij.

“Hey…!” zeg ik verbaasd.
“Hoi!” zegt ze.

Het is een voormalig studiegenootje. Die ene die altijd iets te veel haar best deed om leuk en gezellig te zijn, waardoor ze eigenlijk een beetje apart was. Het was oké als ze er was, maar het was ook wel fijn als ze er eens een keer niet was. Aardig, maar gewoon een beetje… apart dus. Ik heb haar jaren niet meer gezien, en opeens staat ze hier.
Ik ga verder met mijn klant en een minuut later loopt hij de winkel uit.
Nu sta ik tot Haar beschikking.

Ze komt naar me toe lopen.
“Hoe is het?” zegt ze met een grote glimlach.
“Goed, en met jou?” Ik voel me onhandig en sta er een beetje onbeholpen bij. Ik hou er niet van als mijn ‘oude’ en mijn ‘nieuwe’ leven door elkaar gaan lopen. Dat was toen, en dit is nu. Zij hoort niet in het nu. Lees verder

Wanhoop

Een tijdje terug had ik ’s avonds na het werk een vergadering. Toen ik terug liep naar de auto, rond half tien, was het al donker. Een collega van me liep naar rechts en ik ging naar links, naar de parkeerplaats waar mijn auto stond. Er stonden niet veel auto’s meer en het schijnsel van de lantaarnpalen was zwak. Ik was bijna bij mijn auto en zocht ik mijn tas naar mijn autosleutel, toen er opeens iemand op me af kwam.
Lees verder

Wortels

Vanochtend liep ik in de supermarkt toen het onderstaande tafereeltje zich voltrok.

Ik pak net een courgette, als een mevrouw naast me een bos wortelen pakt. Ze heeft haar dochtertje bij zich.
“Waarom nemen we sinterklaaswortels mee?” vraagt het dochtertje geïnteresseerd.
“Sinterklaaswortels?” vraagt de moeder.
“Ja! Dat zijn sinterklaaswortels.”
“Die gaan we eten,” zegt de moeder.
“Maar die zijn toch voor het paard?” zegt het meisje.
“Deze wortels kunnen wíj ook eten.”
“Maar het zijn sinterklaaswortels!” zegt het meisje weer.  Ze is erg stellig en lijkt niet te kunnen begrijpen dat haar moeder haar niet begrijpt.
“Deze wortels zijn niet alleen voor het paard,” zegt de moeder geduldig. “Wij eten ze ook gewoon.”
Ondertussen lopen ze al weg bij het schap met groentes.
Het meisje geeft niet op. “Maar het zijn sinterklaaswortels voor het paard!”

Kinderen

Wat moet je er nou mee, met die kinderen. Ik weet het soms echt niet hoor. Ik heb er gewoon niks mee. Aangezien ik in een winkel werk, zie ik kinderen meestal van hun slechtste kant. Ze zijn brutaal, zitten overal aan, maken dingen stuk, schreeuwen, huilen, rennen ongecontroleerd rond en, het allerergste, ze luisteren niet.

Lees verder